Spaar credits, betaal met credits. Het kan met een account!
Foliumzuur ken je misschien als een vorm van folaat, beide ook bekend als het wateroplosbare vitamine B11. Over de verschillen en overeenkomsten bestaat nog weleens onduidelijkheid. Vooral als er termen zoals 5-MTHF en Quatrefolic® ten tonele verschijnen. Dit blog biedt meer helderheid in de troebele vijver die foliumzuur heet.
Lees verder onder de afbeelding

Dit artikel is gebaseerd op ons uitgebreide wetenschappelijke dossier waarin we de beschikbare onderzoeken naar foliumzuur, folaat en 5-MTHF uitgebreid bespreken, inclusief WHO-richtlijnen, EFSA-beoordelingen, klinische interventiestudies en de rol van de MTHFR-variant.
Lees onze complete wetenschappelijke gids over foliumzuur, folaat & 5-MTHF.
Foliumzuur is een synthetische vorm van vitamine B11 (folaat) die veel wordt toegepast in voedingssupplementen en verrijkte voedingsmiddelen.In Nederland wordt het vaak vitamine B11 genoemd, terwijl het in andere landen bekendstaat als B9. Aangezien het een wateroplosbare vitamine is, kan het lichaam foliumzuur niet opslaan; een overschot wordt via de urine afgevoerd.
Foliumzuur is de synthetische vorm van B11 (folaat) en wordt vaak toegevoegd aan bewerkte voedingsmiddelen. Folaat is de natuurlijke vorm van vitamine B11 en komt van nature voor in voeding zoals bladgroenten, bonen, eieren, citrusvruchten, avocado's en runderlever. Hoewel foliumzuur en natuurlijke folaten uiteindelijk dezelfde rol vervullen, verschillen zij in de manier waarop het lichaam ze omzet naar de biologisch actieve folaatvorm 5-MTHF. Natuurlijke folaten uit voeding hoeven minder omzettingsstappen te doorlopen dan foliumzuur voordat zij beschikbaar komen als de biologisch actieve folaatvorm 5-MTHF. Verderop in het blog leggen we dit omzettingsproces uitgebreider uit.1
Foliumzuur werd in de jaren '30 in een lab ontdekt door onderzoeker Lucy Willis. Zij ontdekte dat gistextract een vorm van bloedarmoede bij zwangere vrouwen kon verlichten. Later bleek dat foliumzuur de actieve stof was in deze behandeling.2
In de jaren '60 werd vervolgens ontdekt dat een laag foliumzuurgehalte het risico op neurale buisdefecten bij ongeboren baby’s vergrootte.3 Dit leidde tot de aanbeveling om al vóór en tijdens de vroege zwangerschap de maternale folaatstatus te verhogen, omdat een hogere folaatstatus samenhangt met een lager risico op neurale buisdefecten.
Sinds begin jaren ’90 luidt het advies in Nederland om dagelijks 400 microgram foliumzuur te slikken vanaf het moment dat je zwanger wilt worden tot 10 weken zwangerschap. Neurale buisdefecten ontstaan door een verstoring in de ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) van het ongeboren kind, met het open ruggetje en open schedel als de meest voorkomende vormen.

Een goede folaatstatus vóór en tijdens de vroege zwangerschap is belangrijk voor de normale ontwikkeling van het embryo. Inmiddels is duidelijk dat niet alleen de ingenomen folaatvorm, maar vooral de bereikte folaatstatus bepalend is. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gebruikt daarom de hoeveelheid folaat in rode bloedcellen (RBC-folaat) als biomarker voor de langetermijn-folaatstatus.
De WHO adviseert een RBC-folaatwaarde van ten minste 906 nmol/L als minimale richtwaarde voor vrouwen met een kinderwens. Epidemiologische modellen laten zien dat het geschatte risico op neurale buisdefecten ook boven deze waarde verder afneemt. Rond 1400 nmol/L wordt de laagste gemodelleerde risicoschatting bereikt.4
Figuur 1. Relatie tussen RBC-folaatstatus en het geschatte risico op neurale buisdefecten volgens Crider et al. (2014). De WHO adviseert een RBC-folaatwaarde van ≥906 nmol/L als minimale richtwaarde. Het model laat zien dat het geschatte risico ook boven deze waarde verder afneemt en rond 1400 nmol/L het laagst is. Bron: Crider et al. (2014). Population red blood cell folate concentrations for prevention of neural tube defects: Bayesian model.
Lange tijd werd foliumzuur gebruikt om een goede folaatstatus op te bouwen, onder meer vanwege de stabiliteit en de relatief eenvoudige productie. Later kwamen ook gestabiliseerde biologisch actieve folaatvormen beschikbaar voor gebruik in voedingssupplementen, zoals calcium-L-methylfolaat en L-methylfolaat-glucosamine.
Omdat de werking van foliumzuur uiteindelijk berust op de beschikbaarheid van 5-MTHF, is de aandacht de afgelopen jaren verschoven van de ingenomen folaatvorm naar de vraag welke vorm het meest effectief bijdraagt aan het bereiken van een adequate folaatstatus.
Foliumzuur heeft een belangrijke rol gespeeld in de preventie van neurale buisdefecten en de oorspronkelijke interventiestudies zijn grotendeels met foliumzuur uitgevoerd. Inmiddels is duidelijk dat de beschermende werking samenhangt met het bereiken van een goede folaatstatus. De EFSA concludeert daarom dat deze beoordeling geldt voor alle toegelaten folaatvormen die de folaatstatus effectief verhogen.5 Het verschil tussen deze folaatvormen zit vooral in de manier waarop zij door het lichaam worden verwerkt.
Check met de Mama Vitaminetest welke voedingsstoffen belangrijk zijn rondom de zwangerschap.
Doe de Mama Vitaminetest5-MTHF hoeft de MTHFR-stap niet meer te doorlopen. Het is namelijk al de actieve folaatvorm die ná deze stap ontstaat. Daarom noemen we 5-MTHF ook wel actief folaat. Het sluit direct aan op de vorm waarin folaat in het lichaam circuleert en functioneert.
Rode bloedcellen nemen folaat alleen op tijdens hun aanmaak. Daarom geeft de hoeveelheid folaat in rode bloedcellen (RBC-folaat) een goed beeld van de folaatstatus over langere termijn. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) gebruikt RBC-folaat daarom als biomarker voor de beoordeling van de folaatstatus bij vrouwen met een kinderwens.
Klinische studies laten zien dat dagelijkse suppletie met 5-MTHF bij vergelijkbare doseringen leidt tot hogere RBC-folaatwaarden dan foliumzuur. In deze studies werden met 5-MTHF gemiddelde RBC-folaatwaarden bereikt van ongeveer 1450 nmol/L.6 Dit ligt boven het niveau dat binnen epidemiologische modellen samenhangt met de laagste gemodelleerde risicoschatting voor neurale buisdefecten. Zoals te zien is in figuur 2 wordt het verschil tussen beide vormen zichtbaar over tijd: de folaatstatus stijgt sterker met 5-MTHF, terwijl de stijging bij foliumzuur eerder lijkt af te vlakken.
Figuur 2. Bij de adviesdosering van 400 mcg per dag leidt 5-MTHF over tijd tot hogere RBC-folaatwaarden dan foliumzuur. Klinisch onderzoek laat zien dat de stijging van RBC-folaat over tijd sterker is met 5-MTHF dan met foliumzuur.
Foliumzuur is niet de vorm die het lichaam uiteindelijk gebruikt. Na inname wordt foliumzuur in meerdere stappen omgezet naar 5-MTHF, de biologisch actieve folaatvorm die in het bloed circuleert en functioneert. Natuurlijke folaten uit voeding doorlopen minder omzettingsstappen. 5-MTHF levert deze actieve folaatvorm direct.
De vorm 5-MTHF is essentieel voor verschillende belangrijke processen in het lichaam, zoals de synthese van DNA en de vorming van rode bloedcellen. Wanneer we voeding consumeren met folaat (tetrahydrofolaat, of THF) is slechts één biochemische reactie nodig om dit om te zetten naar 5-MTHF (zie figuur 3).
5-MTHF is de biologisch actieve folaatvorm die direct door het lichaam kan worden gebruikt. Klinische studies laten zien dat dagelijkse suppletie met 5-MTHF bij vergelijkbare doseringen resulteert in hogere RBC-folaatwaarden dan foliumzuur. Met 5-MTHF werden gemiddelde RBC-folaatwaarden bereikt van ongeveer 1450 nmol/L. Dit ligt boven het niveau dat binnen epidemiologische modellen samenhangt met de laagste gemodelleerde risicoschatting voor neurale buisdefecten.

Figuur 3: omzettingsproces foliumzuur.
Onderzoek laat zien dat vrouwen met een veelvoorkomende MTHFR-variant bij dagelijkse suppletie met 400 microgram foliumzuur gemiddeld pas na zes maanden de minimale WHO-richtwaarde voor RBC-folaat bereiken, terwijl vrouwen zonder deze variant dit gemiddeld al na drie maanden bereiken.7 5-MTHF is niet afhankelijk van omzetting via het MTHFR-enzym. RBC-folaat weerspiegelt de folaatstatus over een langere periode en wordt daarom door de WHO gebruikt als biomarker. Deze gegevens laten zien dat genetische verschillen invloed kunnen hebben op de snelheid waarmee een adequate folaatstatus wordt opgebouwd.
Figuur 4: Opbouw van de RBC-folaatstatus bij dagelijkse suppletie met 400 microgram foliumzuur bij vrouwen met en zonder een veelvoorkomende MTHFR-variant. Vrouwen met een MTHFR-variant bereiken de minimale WHO-richtwaarde gemiddeld pas na 6 maanden.
Wil je precies weten hoe de WHO-richtwaarde, RBC-folaat, 5-MTHF, foliumzuur en MTHFR zich tot elkaar verhouden? Lees dan onze complete wetenschappelijke gids met alle onderliggende studies, WHO-richtlijnen en EFSA-beoordelingen.
Heb je een kinderwens of ben je zwanger? Lees dan ook waarom wij kiezen voor actief folaat (5-MTHF) bij kinderwens en zwangerschap.
5-MTHF is de biologisch actieve folaatvorm die direct door het lichaam kan worden gebruikt. Klinische studies laten zien dat 5-MTHF bij vergelijkbare doseringen hogere RBC-folaatwaarden bereikt dan foliumzuur en een folaatstatus bereikt die binnen epidemiologische modellen samenhangt met de laagste gemodelleerde risicoschatting voor neurale buisdefecten. Daarnaast is 5-MTHF niet afhankelijk van omzetting via het MTHFR-enzym. Om deze redenen kiezen en adviseren wij 5-MTHF (Quatrefolic®) als folaatbron.