Onze vitaminetest is vernieuwd, doe de test!
Libido is bij iedereen anders en kan van moment tot moment wisselen. Toch blijft het voor veel mensen een wat vaag begrip. In dit blog lees je wat de betekenis van libido precies is, hoe het werkt in je lichaam en waarin mannen en vrouwen van elkaar verschillen.
Lees verder onder de afbeelding

Libido is Latijn en betekent zoiets als ‘verlangen’ of ‘begeerte’. De term werd rond 1894 voor het eerst wetenschappelijk gebruikt door Sigmund Freud. In zijn psychoanalytische werk beschreef hij het als psychische energie die ten grondslag ligt aan menselijk gedrag. Freud bedoelde er aanvankelijk iets puur seksueels mee. Later trok hij het breder en sprak hij van een algemene levensdrang, die hij ‘eros’ noemde.
In de wetenschap en geneeskunde wordt tegenwoordig vooral gesproken van seksueel verlangen, al is libido als woord nooit verdwenen. De betekenis van komt op hetzelfde neer, namelijk de motivatie om seksuele activiteit op te zoeken. Het is de tussenstap die aanzet om daadwerkelijk over te gaan tot actie. Die motivatie bestaat uit meerdere dimensies:1
Alles begint met een prikkel. Dat kan iets zijn wat je ziet, voelt of waar je aan denkt. Je hersenen beoordelen vervolgens of die prikkel seksueel relevant is.1,2 Dat gaat grotendeels onbewust.
Valt de beoordeling positief uit, dan komt je beloningssysteem in actie. Er wordt dopamine vrijgemaakt, een stof die zorgt voor een prettig gevoel en je motiveert om door te gaan.1,2 Zo ontstaat de wens om de prikkel verder op te zoeken. Dit is in feite waar libido om draait: de motivatie die je aanzet tot seksuele activiteit.
Je hersenen kennen ook een remmende rol. Dit systeem maakt gebruik van andere stoffen, zoals serotonine, en kan het verlangen afzwakken of blokkeren.2 Het stimulerende en het remmende systeem werken continu op elkaar in. Hoe die balans uitpakt, bepaalt of je op een gegeven moment veel of weinig seksueel verlangen hebt.
Die balans is niet statisch. Stress, vermoeidheid, je stemming en zelfs de situatie waarin je je bevindt hebben invloed.2,3 Op sommige momenten staat je brein meer open voor seksuele prikkels dan op andere. Dat verklaart waarom libido zo kan wisselen, zelfs binnen een dag.2,3

Mannen en vrouwen delen veel als het om libido gaat, maar er zijn ook duidelijke verschillen. Van hoe het verlangen zich aandient tot welke hormonen een rol spelen.
Mannen ervaren libido vaak als iets dat vanzelf opkomt. Seksuele gedachten en fantasieën verschijnen zonder dat daar een directe aanleiding voor is.2,3 Dit noemen onderzoekers spontaan verlangen. Een meta-analyse van 211 studies, met in totaal ruim 621.000 deelnemers, bevestigt dat mannen gemiddeld vaker seksuele gedachten hebben dan vrouwen. Het verschil dat uit dit onderzoek naar voren komt is behoorlijk groot.
Vrouwen beschrijven hun libido anders. Verlangen ontstaat bij hen vaker in reactie op erotische prikkels of stimulatie. Wetenschappers spreken dan van responsief verlangen. Het kan zelfs zo zijn dat de zin pas groeit tijdens de seksuele activiteit.2 Context weegt voor vrouwen daardoor vaak zwaarder. Let wel: spontaan verlangen komt bij vrouwen zeker ook voor. Het gaat hier om gemiddelden en niet om geen vaste regels.

Testosteron is voor mannen de belangrijkste hormonale speler als het om libido gaat. Studies laten een verband zien tussen testosteronwaarden en seksueel verlangen.1 Zakt testosteron onder een bepaalde drempel, dan neemt de kans op verminderd libido behoorlijk toe. In de hersenen wordt een deel van het testosteron omgezet in oestrogeen, via een enzym dat aromatase heet. En ook dát draagt bij aan het verlangen. Beide receptoren, die voor testosteron én die voor oestrogeen, werken dus samen bij de regulatie van mannelijk libido.1
Lees ook Testosteron verhogen? 7x een natuurlijke testosteron booster.
Het hormonale verhaal bij vrouwen is wat grilliger. Oestrogeen en testosteron lijken allebei mee te tellen, maar hoe de verhouding precies werkt is nog niet helder. Testosteron zou bij vrouwen op twee manieren kunnen bijdragen: rechtstreeks, of indirect via diezelfde omzetting naar oestrogeen. Welke route het meest bepalend is, weten onderzoekers nog niet.2 Rond de ovulatie is het verlangen vaak sterker. Progesteron werkt de andere kant op en lijkt libido juist te dempen. Hormonen zijn bij vrouwen duidelijker één factor tussen vele andere, die samen de stimulerende en remmende systemen in het brein beïnvloeden.2
Veel mensen vragen zich weleens af of hun libido ‘normaal’ is. Een kort antwoord: er is geen norm. Hoe vaak je aan seks denkt of er zin in hebt, verschilt per persoon en verandert bovendien door de tijd heen.3 Wat wél duidelijk wordt uit onderzoek is dat minder zin in seks veel vaker voorkomt dan men misschien denkt.
In een Europees onderzoek onder ruim 3300 mannen van 40 tot 79 jaar denkt zo’n 8 procent nooit aan seks, en 20 procent minder dan één keer per week. Leeftijd speelt daar flink in mee: bij de jongste groep kwam ‘nooit aan seks denken’ nauwelijks voor, bij de oudste groep was dat één op de vijf. Ruwweg één op de zes mannen ervaart enige vorm van verminderd verlangen.1 Maar minder vaak aan seks denken maakt het nog geen probleem. Dat wordt het pas wanneer je er zelf last van hebt, wanneer het je dwars zit of spanning geeft, bijvoorbeeld in je relatie.
Net als bij mannen speelt leeftijd een rol. Laag libido neemt bij vrouwen toe met de jaren, maar de last die ze ervan ervaren wordt juist minder. In Europa gaat het uiteindelijk om zo’n 6 tot 13 procent die én weinig verlangen ervaren én daar ongelukkig mee zijn.4 Maar net als bij mannen is verschil in verlangen met je partner op zich geen aanleiding voor zorgen. De echte vraag is of jíj je er ongelukkig door voelt.
Lees ook onze andere blogs over het verhogen van het libido met voeding of op andere natuurlijke manieren.
Libido is geen vast gegeven en de betekenis ervan is voor iedereen anders. Of je veel of weinig aan seks denkt, zegt op zichzelf niks over je gezondheid. Dat geldt voor mannen en voor vrouwen. Het wordt pas iets om serieus te nemen wanneer je er zelf onder lijdt, of wanneer het wringt in je relatie. En zelfs dan hoeft het niet iets te zijn waar je lang mee rondloopt. Een gesprek met je huisarts is een goede eerste stap. Die kan samen met jou bekijken of er een hormonale, psychologische of lichamelijke verklaring is. En je waar nodig verder verwijzen.
